De wokkel als zoutje bestaat deze maand 50 jaar. Die wokkel kun je natuurlijk eten, maar 30 jaar geleden hadden we op mijn werk ook een andere wokkel: de ‘wokkel van de week’ en die werd door de collega’s van mijn team aangewezen.

Wie op het werk iets doet maakt natuurlijk ook fouten ( wie niets doet trouwens ook) , maar om die fóuten daar draaide het bij de wokkel van de week.
Nauwkeurig werd bijgehouden of je behalve al die goede dingen ook steekjes liet vallen of grove blunders beging. Daar ging het om bij de verkiezing van de wokkels.
Ik hield het volgens mij goed bij, want als je iemand op een klein foutje kon betrappen dan was je stiekem ook blij en zelf leerde je natuurlijk ook van je fouten.
Eens in de week was er een overleg waarin de ‘wokkel van de week’ werd benoemd. Meestal was dit een aansporing om nóg beter je best te doen, soms werd je er naar mijn gevoel ook wel eens gewoon bij gelapt. Dan was je gewoon ‘aan de beurt.’ Iedere keer was de verkiezing van de wokkel weer een gezellige bijeenkomst, maar ook een stimulans om nog alerter te zijn.
Iedere week directe feedback, dat zouden er meer moeten doen.
Wat mij betreft is zoiets veel effectiever dan functioneringsgesprekken of een gesprekscyclus.
Eens in het jaar was er een trofee voor de wokkel van het jaar, een mooie beker.
Ik geloof niet dat ik die trofee ooit heb gekregen, maar het was zeker een mooie traditie.


Geef een reactie