Welke herinnering kun je hebben aan een museum? Aan een mooi schilderij misschien, een boeiende video of een indrukwekkende sculptuur. Maar soms is het ook iets heel anders.

Vanmiddag ben ik op bezoek geweest in het Textielmuseum in Tilburg.
Daar hangen geen schilderijen van Rembrandt, daar sta je ook niet tussen drommen mensen te turen om een glimp op te vangen van een bekend beeld van een groot kunstenaar.
Alles ademt textiel in dit museum, niet zo gek natuurlijk, je bent immers in Tilburg, de textielstad.
Er wordt veel gewerkt in het museum. Sommige mensen zijn kleding aan het repareren, anderen ontwerpen hun eigen sokken of shawl. Ook lopen er mensen rond die lijken nog het meest op onderhoudsmonteurs, je vindt ze vooral bij de textielmachines.
Intussen klinkt een voortdurend stampend en ratelend geluid van de machines waarop textiel wordt geweven. (Doet me denken aan de zin “tussen het geratel van machines door klonk in de confectie een mooi meisjeskoor” uit een liedje van Herman van Veen).
Wat me nog het meeste bij blijft van dit museum en waar ik misschien nog wel het meeste van geniet is de geur.
De geur van olie en machines, een typische zoete geur.
Ik rook het al bij de kassa toen ik binnenliep: dit is de geur waarvoor ik hierheen kom, dit is de geur waar ik van hou.
Geuren en herinnering lijken dicht bij elkaar te zitten in mijn hersenen.
De geur van de garage bij de buren, alweer zo lang geleden, de geur van mijn eerste auto die bijna net zoveel olie verbruikte als benzine: de zoete geur van olie.
Bestaat er eigenlijk een museum van geuren?


Geef een reactie