Sommige woorden kunnen me tijden bezighouden, soms enkel vanwege het woord zelf, maar vaak ook vanwege de gedachte erachter. Neem nou een meervaksstrooier.

Wie komt er op het idee om heel zijn kruidenarsenaal ( om een selectie daaruit) mee te willen nemen naar het vakantieadres? Ik vermoed dat het Nederlanders zijn die dit kruidenpotje ooit hebben bedacht. Goedkoop, vertrouwd, compact en makkelijk op de camping.
Maar wat doe je er in? Wie bepaalt dit eigenlijk? Peper….zout…..kerrie, die snap ik, maar wat verder? Knoflook? Die klontert altijd als eerste en dan heb je er niks meer aan. Vleeskruiden? Is dat niet een beetje uit de tijd? Het past meer bij die vroegere gewoonte van aardappelen groente en vlees. Paprika dan. Waar doe je dat op? Dat vakje blijft altijd vol, denk ik.
Er komt ook een moment dat de helft van de vakjes leeg is of samengeklontert, gooi je het dan weg, of… Het is hetzelfde onlogische verhaal als bij de inktjetprinter met de cartridge waarvan maar 1 kleur op is. Je bent altijd te vroeg met weggooien.
Het wordt tijd voor een echte kruidencanon. Welke kruiden horen er in het kruidenpotje? Is daar een commissie voor van wijze dames en heren die allemaal eens per jaar in een gesloten envelop hun stem uitbrengen?
Ik stem voor kaneel. Vleeskruiden nomineer ik dit jaar om naar huis gestuurd te worden.


Geef een reactie