Als kind was ik dol op racen, de blauwe Lotus en de rode Ferrari waren mijn favoriete auto’s. Het was in die tijd ook zo overzichtelijk: vriendjes hadden treinen of ze hadden een racebaan en wij hadden een racebaan.

Volgens mij hebben we hem ooit gekregen met Sinterklaas, hoe dan ook: ineens was ie er, een heuse racebaan, van het merk Stabo. Ik was er dolblij mee. Met twee ‘gasknoppen’ aan een draadje erbij, want draadloos, dat bestond in die tijd nog niet.
Mijn favoriete auto was natuurlijk de rode Ferrari, die was veel sneller dan die slome Lotus. Het liefst pulkte ik het achterste pootje onder de racewagen vandaan, want dan slipte de auto altijd lekker in de bochten, al ging het er niet sneller door. Even de sleepkontaktjes bijbuigen en racen maar weer.
Ik weet nog dat ik maandenlang gespaard heb voor een kruispunt in de achtbaan, die achteraf toch niet echt bleek te passen. Ik geloof niet dat ik daar ooit plezier aan heb beleefd.
Op het eind heb ik nog een poosje plezier aan de racebaan gehad door er andere auto’s of voorwerpen op te plaatsen waar ik dan zo hard mogelijk tegenaan reed. Maar uiteindelijk is de racebaan in een doos verdwenen en weggezakt in het verleden zoals zoveel speelgoed uit die tijd.


Geef een reactie